Algemene preventietips Keuken Garage Open haard Een vluchtplan Rookmelders Brandblussers Waterschade Vorstgevaar Stormschade Brandstichting Brandgevaarlijke werkzaamheden Hooibroei Recreatiewoning of Stacaravan Vakantie

 

Algemene preventietips

1. Laat de tv niet onnodig stand-by staan
2. Leg geen snoeren onder het tapijt
3. Laat eenmaal per jaar uw c.v. en geiser schoonmaken en controleren
4. Zorg dat de schoorsteen minstens eenmaal per jaar wordt geveegd
5. Gebruik altijd schoon en droog hout voor de open haard
6. Zorg dat kinderen niet met lucifers of aanstekers kunnen spelen
7. Doof sigaretten of sigaren nooit in een prullenmand
8. Rook nooit in bed
9. Zet geen kaarsen in de buurt van brandbaar materiaal, zoals gordijnen en gebruik onbrandbare kaarsenstandaards
10. Vul de brander van fondue- en gourmetstellen niet in de nabijheid van vuur
11. Houd halogeenverlichting, i.v.m warmteproductie, uit de buurt van brandbaar materiaal en schakel deze uit bij afwezigheid
12. Laat een strijkbout nooit onbewaakt achter
13. Wanneer de zekeringen doorslaan, verhelp dan de oorzaak of roep de hulp van een vakman in
14. Neem een brandwerende kast voor uw waardevolle spullen
15. Zorg er voor dat het telefoonnummer van de brandweer of het landelijk alarmnummer, 112, bij de telefoon ligt.


Preventietips voor in de keuken

1. Maak er een gewoonte van brandbaar materiaal uit de omgeving van uw kooktoestel te weren, dus geen theedoeken, handdoeken, pannenlappen of verpakkingsmaterialen van gebruikte etenswaren in de buurt van uw fornuis
2. Verschoon regelmatig het filter van uw afzuigkap. Vet kan er vlam in vatten
3. Bewaar vluchtige en licht ontvlambare schoonmaakmiddelen bij voorkeur niet in uw keuken. Als dat niet anders kan, zorg dan dat ze worden opgeborgen in een ruimte met goede ventilatie en uit de buurt van waakvlammen van geisers of kachels
4. Wanneer u met vluchtige of licht ontvlambare schoonmaakmiddelen in de keuken aan het werk bent, zorg dan eveneens voor goede ventilatie, schakel waakvlammen eventueel uit en zorg dat er niet gerookt wordt.


Preventietips voor in de garage

1. Gebruik spuitbussen nooit in de buurt van een brander of een waakvlam
2. Zet spuitbussen nooit in de zon
3. Kijk uit met flessengas. Plaats de fles rechtop, gebruik goede slangen en klemmen en controleer de aansluiting met een zeepoplossing. Dus nooit met lucifers! Vul de fles nooit met lpg.
4. Wees voorzichtig met licht ontvlambare materialen, zoals benzine of spiritus.


Preventietips voor de open haard

Een open haard is erg gezellig, maar tevens een bron van brandschade. Houdt u zich, om te voorkomen dat u daar het slachtoffer van wordt, aan de volgende richtlijnen:
1. Zorg dat uw open haard en het bijbehorende rookafvoerkanaal in goede conditie zijn;
2. Laat uw schoorsteen minstens eenmaal per jaar vegen;
3. Wanneer u een brandbaar dak heeft, zorg dan voor een vonkenvanger op de schoorsteen en zorg ervoor dat deze vrij is van bladeren, takjes en vogelnesten;
4. Zorg er voor, dat door het plaatsen van een vonkenvanger voor het haardvuur geen vonken kunnen vallen op uw parket, vloerbedekking of tapijtjes;
5. Stook bij voorkeur harsvrij hout (eiken, beuken, berk, fruitbomen), gooi geen geverfd of gebeitst hout, textiel of kunststoffen in het vuur.
6. Als er ondanks uw maatregelen toch een schoorsteenbrand ontstaat, sluit dan onmiddellijk de schoorsteenklep, doof het haardvuur met zand en waarschuw eventueel de brandweer. Laat na de brand uw schoorsteen vegen en controleren op eventuele beschadiging.


Een vluchtplan

In het geval van brand moet u zo snel mogelijk naar buiten. Daarom is het nuttig om met eventuele huisgenoten een vluchtplan te maken. Dit zijn de tips:
1. Zorg dat iedere huisbewoner weet wat voor hem/haar de beste vluchtroute is
2. Vlucht bij voorkeur altijd naar beneden
3. Zorg ervoor dat de vluchtroute ontdaan is van mogelijke barricades, zoals fietsen, vuilniszakken etc.
4. Let erop dat deuren snel te openen zijn, houd daarom sleutels van deuren die 's nachts op slot zijn binnen handbereik
5. Spreek van tevoren af wie voor welke baby, kind, oudere of mindervalide zorgt.


Rookmelders

Een brand ontdekt u zo snel mogelijk door een rookmelder. Let hierbij op het volgende:
• is het een goedgekeurde melder door het Keurmerkinstituut Consumentproducten?
• is het signaal goed hoorbaar op de plaats waar dat nodig is?
• werkt de melder op het lichtnet of een batterij? Check de batterijen maandelijks.
• geeft de melder een signaal wanneer de batterij bijna leeg is?
• hoeveel melders zijn er nodig?


Brandblussers

1. Regelmatige controle door de gebruiker
De eigenaar/gebruiker moet alle brandblustoestellen regelmatig inspecteren op zichtbare kenmerken. Zoals: aanwezigheid, toegankelijkheid, gebruiksklaar, onbeschadigd, juiste gebruiksaanwijzing.
2. Jaarlijks onderhoud door een deskundig persoon
Het blustoestel dient jaarlijks te worden gecontroleerd door een REOB-gediplomeerde monteur van een door het NCP gecertificeerd REOB-bedrijf.
3. Vijfjaarlijks uitgebreid onderhoud door een deskundig persoon
Een keer in de vijf jaar wordt het blustoestel onderworpen aan een uitgebreide controle en waar nodig de vulling vernieuwd.
4. Revisie na 10 jaar door een deskundig persoon
Na tien jaar wordt het blustoestel volledig gedemonteerd en dient een drukproef op de cilinder te worden uitgevoerd. Eventueel dienen onderdelen te worden vervangen en waar nodig de vulling vernieuwd.
5. Een brandblusser heeft een levensduur van maximaal 20 jaar. Daarna moeten de blussers buiten gebruik worden gesteld.


Waterschade

Beperking van waterschade door op de waterleiding aangesloten apparatuur
1. Breng een doorstroombegrenzer aan in de watertoevoerleiding naar apparaten.
2. Sluit altijd de kraan in de watertoevoerleiding na het gebruik van een apparaat.
3. Controleer periodiek de bevestiging en de deugdelijkheid van leidingen, speciaal bij het gebruik van kunststofslangen.
4. Pas geen flexibele verbindingen toe als dit niet strikt noodzakelijk is.

Beperking van waterschade door regen-, sneeuw- en smeltwater
1. Laat de afmetingen en de plaatsing van hemelwaterafvoeren door een deskundige controleren.
2. Reinig regelmatig de dakgoten.
3. Controleer de hemelwaterafvoerleidingen op verstoppingen en een juiste bevestiging. Wees speciaal attent op horizontale gedeelten.
4. Controleer periodiek de dakbedekking op beschadigingen.
5. Doe dit tenminste na iedere storm, let op de bevestiging van door het dak gaande afvoeren.

Beperking van waterschade door kapot gevroren leidingen
1. Tap leidingen in onverwarmde ruimten en op vorstgevoelige plaatsen af. Doe dit tijdig.
2. Controleer de instelling van de thermostaat in de verwarmde ruimten. Stel deze nooit lager af dan 12°C.
3. Zorg ervoor dat de verwarmingsapparatuur in goede en werkbare staat is.
4. Vooral tijdens vorstperioden extra controleren op het goed functioneren hiervan. Voer bij zeer strenge vorst extra visuele controle uit op het waterleidingnet.

Enige algemene aanbevelingen
1. Sla goederen op vrij van de vloer (bijvoorbeeld op pallets);
2. Breng in kelders en in andere onder maaiveld gelegen ruimten een watersignalering aan, bij voorkeur met automatische waterafvoer;
3. Denk ook eens aan lekkages op verdiepingsvloeren. Waar zal het water heen stromen?


Vorstgevaar

Voor de vorstperiode
1. Zorg ervoor dat de verwarmingsapparatuur in goede staat is.
2. Laat de installatie tijdig controleren door de leverancier of installateur.
3. Controleer of er leidingen in onverwarmde ruimten lopen.
4. Voorzie leidingen in onverwarmde ruimten van isolatie of elektrisch verwarmingslint.
5. Controleer vorstbeveiligingen op goede werking.
6. Controleer bij isolatiewerkzaamheden in gebouwen of er leidingen in een koudere omgeving terecht komen.
7. Controleer vloeistoffen, waarin zich antivries bevindt, op de goede samenstelling.
8. Laat een sprinklerinstallatie controleren door de installateur, laat droge groepen aftappen.
9. Tap leidingen in onverwarmde ruimten en op vorstgevoelige plaatsen af, voor zover het doel van de installatie dat toelaat.
10. Overweeg om een storingsmelding van de verwarmingsinstallaties te koppelen aan de doormelding van de inbraakmeldinstallatie.

Tijdens de vorstperiode
1. Controleer regelmatig de werking van de verwarmingsinstallatie.
2. Laat de pompen van de verwarmingsinstallatie draaien.
3. Controleer regelmatig de diverse leidingnetten.
4. Voer ook 's avonds, in het weekeinde of tijdens bedrijfsvakanties controles uit.

Bij bevroren installaties
1. Ontdooi de leidingen zo spoedig mogelijk.
2. Laat ontdooiwerkzaamheden uitvoeren door deskundigen.
3. Maak voor zover mogelijk gebruik van ontdooi-trafo's.
4. Maak voor het ontdooien vooral géén gebruik van open vuur zoals gasbranders.
5. Denk bij las- en reparatiewerkzaamheden aan de nodige brandpreventieve maatregelen.


Stormschade

Voor, tijdens en na de storm
1. Verwijder zo veel mogelijk alle losse goederen van het terrein of laat ze stormvast zetten
2. Controleer de stormbeveiliging van kranen
3. Sluit alle ramen, deuren, daklichten en dergelijke
4. Open geen grote deuren tijdens een storm
5. Controleer tijdens een storm buiten werktijd de situatie rond de gebouwen, zodat snel ingrijpen bij schade mogelijk is.
6. Is de storm voorbij, controleer de gebouwen en het terrein op schade en laat deze direct herstellen
7. Enige dekzeilen als noodvoorziening ter beschikking hebben, is zeker aan te bevelen.


Brandstichting

Beperking van het uitnodigend effect
1. het terrein voorzien van een goed hekwerk.
2. afval van hout, kunststoffen en andere brandbare materialen op het terrein vermijden.
3. als terreinopslag noodzakelijk is, dan netjes en overzichtelijk houden met ruime paden.
4. nooit opslag plaatsen tegen de gebouwen en bij voorkeur op ruime afstand van gebouwen en buitenopslag.
5. altijd afsluitbare afvalcontainers gebruiken.
6. afvalcontainers op ruime afstand van gebouwen en buitenopslag plaatsen.
7. treed streng op tegen onbevoegd aanwezigen op de terreinen.

Beperking van vergeldingsmaatregelen
1. probeer impopulaire maatregelen zo goed mogelijk begrijpelijk te maken door een goede begeleiding van alle betrokkenen
2. maak de kans op fraude binnen uw bedrijf zo klein mogelijk door bijvoorbeeld een goed intern controlesysteem
3. veroorzaakt uw bedrijf overlast aan derden, bijvoorbeeld door teveel lawaai, teveel stof en dergelijke? Doet u hier wel genoeg tegen?
4. welke actiegroep zou iets tegen uw bedrijf kunnen ondernemen?

Voorkoming van inbraak
1. zorg ervoor dat het uitnodigend effect voor inbrekers door uitgestalde of van buitenaf zichtbare goederen zo klein mogelijk is.
2. controleer zelf eens of uw buitenverlichting inderdaad alle plaatsen bestrijkt waar een inbreker in de gebouwen kan komen.
3. tref voldoende bouwkundige voorzieningen om het binnenkomen in de gebouwen zo moeilijk mogelijk te maken. Laat dit eens controleren door een specialist.
4. zorg voor een goede inbraakmeldinstallatie.
5. ook uw eigen organisatie moet er op gericht zijn de kans op inbraak zo klein mogelijk te maken.
6. hoe is het sleutelbeheer geregeld?
7. vindt de sluitronde wel direct na einde werktijd plaats?


Brandgevaarlijke werkzaamheden

Te nemen maatregelen bij de uitvoering van brandgevaarlijke werkzaamheden
1. Lassen, snijden, slijpen, hardsolderen en boren is absoluut verboden in: spuiterijen, dompelruimten, magazijnen, koel- en vriesruimtes, aan wanden en deuren die met kunststof zijn geïsoleerd, aan leidingen, vaten, tanks en transporteurs voor brandbare (vloei)stoffen.
2. Zoek altijd veiliger alternatieven voor deze werkzaamheden; denk aan lijm-, klem- of boutverbindingen; let wel op eventueel boorwerk voor de bouten; of kies voor demontage zodat de werkzaamheden op een veilige plaats kunnen gebeuren.
3. Verricht brandgevaarlijke werkzaamheden aan het begin van de dag en stop uiterlijk 1 uur voor einde werktijd.
4. Geef mensen van buiten geen kans om te werken zonder ingevulde "vergunning brandgevaarlijke werkzaamheden"; gebruik deze indien nodig ook voor uw eigen technische dienst.

Voorafgaande aan de werkzaamheden
1. Brandbare goederen binnen 10 meter verwijderen of afdekken.
2. Maak vloeren, leidingen en kokers stofvrij.
3. Controleer aangrenzende ruimten.
4. Houd een blusapparaat gereed.

Tijdens de werkzaamheden
1. Laat een tweede man permanent toezicht houden.

Na afloop van de werkzaamheden
1. Lasplaats, omgeving en aangrenzende ruimtes gedurende tenminste 1 uur laten controleren op het ontstaan van brand.


Hooibroei

• Om hooibroei te voorkomen moet met zorgen dat hooi droog wordt geperst in pakjes of grote perspakketen droog worden binnengehaald.
• Belangrijk is het soort gras waarvan men hooi wil maken. Nieuw ingezaaide graslanden met hoogwaardige grassoorten zijn ongeschikt om hooi van te maken. Ook gras wat stevig is bemest is riskant om hooi van te maken.
• Balen geperst door grootpakpersen zijn riskanter dan kleine pakjes, zeker als ze zeer strak zijn geperst, soms boven de 600 kilo per baal. Een slechte baal kan al funest zijn.
• Boeren doen er verstandig aan om grote balen in plastic te wikkelen, waardoor zuurstof of toevoer wordt afgesloten en broei wordt voorkomen.


Recreatiewoning of Stacaravan

Een recreatiewoning of stacaravan heeft meestal een lichtere bouwconstructie, is vaak een groot deel van het jaar onbewoond en ligt vaak afgelegen. Daarom zijn de volgende algemene adviezen van belang:
• Voor inbrekers en vandalen zijn audiovisuele apparatuur, geld, geldswaardig papier, lijfsieraden, verzamelingen, antiek, kunst en waardevolle muziekinstrumenten aantrekkelijke zaken, daarom geldt altijd:
- Laat geen waardvolle spullen achter na het verblijf in de recreatiewoning. Schade aan deze zaken is niet gedekt.
• In de winterperiode bestaat er een reële kans dat tijdens afwezigheid de waterleiding kapot vriest.
- Tap daarom bij de afwezigheid in de wintermaanden de waterleiding af; vorstschade is namelijk niet gedekt.
• Door de bouwconstructie en de wijze van koken en verwarmen is er sprake van een verhoogd brandgevaar. Het volgende is daarom van belang.
- Schaf een brandblusapparaat aan, sluit een onderhoudscontract af en plaats het apparaat op een makkelijk bereikbare plaats.
- Wees voorzichtig met losse verwarmingselementen.

Door het in acht nemen van de bovengenoemde maatregelen beperkt u de kans op schade.

 

Vakantie

Met gerust gevoel met vakantie? Hier leest u wat u zelf kunt doen om de kans op een vervelende thuiskomst zo klein mogelijk te maken.
• Ramen en deuren goed afsluiten, vergeet vooral niet een toiletraampje of ramen en deuren van een garage af te sluiten.
• Laat geen sleutels aan de binnenzijde van sloten zitten.
• Controleer hang- en sluitwerk op defecten.
• Binnendeuren niet afsluiten, kostbaar meubilair ook niet. Extra schade wordt daarmee voorkomen.
• Geen geld, waardevolle papieren en/of sieraden thuis achterlaten. In de kluis bij de bank is het safe.
• Laat niet zien dat u weg bent. Plak dus geen briefjes op de deur en laat geen touwtjes uit de brievenbus hangen. Sluit geen overgordijnen en haal geen planten voor de ramen weg.
• Laat de brievenbus regelmatig legen en laat de post neerleggen op plaatsen waar deze van buitenaf niet zichtbaar is.
• Zet ladders, vuilcontainers en andere dingen waar op geklommen kan worden weg.
• Gebruik registratiekaarten van de politie. Zo vergroot u de kans dat eigendommen snel terug gevonden worden.
• Als u bij u in de buurt iets verdachts ziet, schroom dan niet de politie te bellen. Noteer zomogelijk kentekens en andere bijzondere kenmerken.

Meer tips voor een onbezorgde vakantie vindt u in de vakantiefolder die u hier kunt downloaden.


Bronnen
• Stichting Consument en Veiligheid
• PBT Brandbeveiliging
• Risk consultants
• Meindert Nieuweboer
• SNS Bank
• Politiekeurmerk Veilig Wonen